Nieuwjaarsgroet 2012

Vroomshoop, 1 januari 2012

Mijn Geliefde broeders en zusters, kinderen van de Allerhoogste!

Wat een begroeting die wij naar elkaar kunnen en mogen uitspreken. Wij allemaal mogen ons kinderen noemen van de God die hemel en aarde heeft gemaakt. De God die een plan heeft met de hele wereld en al de mensen persoonlijk. De God die Zijn enige Zoon heeft gegeven voor ons! En in de Naam van Jezus Christus mogen wij elkaar begroeten!

U allen wil ik een gelukkig Nieuwjaar toewensen middels deze brief. De beste wensen wens ik u toe, maar boven al het menselijke uit wil ik u met name Gods rijke Zegen toewensen. Buiten Gods Zegen om zijn wij mensen niets en kunnen wij niets dan enkel wandelen in het vlees. Maar het is door Gods liefde, genade en zegen dat wij meer zijn en dat ook mogen weten! Want wij die Christus aangenomen hebben zijn met Hem gestorven. Ons leven is met Christus verborgen in God. Daarom mogen wij onze ogen richten op de zaken die Boven zijn en hoeven wij ons geen zorgen te maken over de dingen die op de aarde zijn.

Men spreekt wel menigmaal over goede voornemens. Helaas zijn deze voornemens vaak gericht op de aardse zaken. Wij Christenen mogen ons op de zaken van het geloof richten. Juist ook aan het begin van het nieuwe jaar. Juist dan mogen wij bedenken wat er in ons leven al gebeurd is, daarvoor danken en daarnaast vooruit kijken naar wat er nog veranderd kan en mag worden. Vooruit kijken naar de wonderlijke dingen die nog gaan gebeuren! Wij leven in een tijd waarin God nog steeds wonderen wil doen, doet en zal doen!

Om daar even bij stil te staan in deze nieuwjaarsgroet wil ik u meenemen in 2 Bijbelteksten die God mij heeft laten zien. Leest u met mij allereerst Kolossenzen 3. Ik hoop trouwens dat u hier even de tijd voor wilt nemen. De gebruikte vertaling is trouwens de Statenvertaling.

Opwekking tot Christelijke heiliging des levens

1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

3 Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. 4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

5 Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst. 6 Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid; 7 In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

8 Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond. 9 Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, 10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft; 11 Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen. 12 Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; 13 Verdragende elkander, envergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo. 14 En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en weest dankbaar. 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart. 17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

Huiselijke plichten

18 Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere. 19 Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar. 20 Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk 21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. 22 Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. 23 En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; 24 Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus. 25 Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

Kolossenzen 3, een duidelijke leidraad voor ons als Christenen voor het dagelijkse leven. Hierin staat kort en krachtig hoe wij binnen het gezin ons moeten opstellen maar ook hoe wij ons op moeten stellen naar de ander. Juist nu aan het begin van het nieuwe jaar zou het goed zijn om de tekst nog eens een keer te lezen en te bedenken waar in wijzelf nog te kort schieten. Te bedenken waar wij nog aan kunnen werken. En dat alles wat wij dan doen met woorden of met werken, dat het alles gedaan mag worden in de Naam van onze Here Jezus, waarbij we God danken! Door steeds verder te streven naar een Christelijke wandel kan Gods vrede in onze harten gaan werken. En dat wat God in ons doet werken kunnen wij weer uitdragen in deze wereld.

15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en weest dankbaar. 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart. – Dat wij dit ten allen tijde maar mogen uitdragen en najagen!

Daarnaast wil ik u vragen om in uw Bijbel Romeinen 15 te lezen ter aanvulling van Kolossenzen 3. Omwille van de omvang van deze groet zal ik het niet volledig in deze brief opnemen.

1 Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen. 2 Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.

3 Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen. 4 Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden. 5 Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus; 6 Opdat gij eendrachtelijk, met één mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus. 7 Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods. 8 En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen;

Een duidelijke opdracht naar ons toe als Christenen. De mensen die sterk zijn mogen en moeten de zwakken dragen. Het gaat niet om ons zelf. Het gaat om het Lichaam van Christus, Dat is wat wij voor ogen moeten blijven houden. Als Christus zichzelf al niet heeft behaagd, waarom zouden wij het recht dan hebben dat wel te doen? Wij zijn er voor elkaar! Daartoe zijn ook wij geroepen. Dat wij eendrachtig mogen zijn, God verheerlijkend. Neem elkaar aan, Christus heeft ons al aan genomen. Dan kunnen wij elkaar niet meer afstoten, wij zijn allen een lid van hetzelfde Lichaam. De hand kan niet zonder de voet, de arm niet zonder het been. Wij hebben elkaar van node!

Mijn lieve broeders en zusters! Zo wil ik u al het goede van Boven toewensen voor het komende jaar waarin wij als broeders en zusters, als gezin samen God groot mogen en kunnen maken! Dat Gods vrede in onze harten mag zijn en wij samen het Woord mogen openen, samen zingen, lofprijzen, danken, aanbidden. Samen mogen uitdragen datgene waartoe wij geroepen zijn!

Als afsluiting wil ik eindigen met een proclamatie geschreven door Broeder Derek Prince. Een van mijn favoriete schrijvers.

Vader, ik kom tot U

want ik ben vermoeid en belast;

mensen hebben mij gekwetst en pijn gedaan,

maar ik leer van U want U bent zachtmoedig

en nederig van hart.

Ik laat niet toe dat er een wortel van bitterheid

in mijn hart opschiet,

maar ik doe weg alle bitterheid, wraakgevoel,

kwaadheid, en negativiteit.

Mijn strijd is niet tegen vlees en bloed,

maar tegen de boze geesten

in de hemelse gewesten.

Ik overwin satan door het bloed van het Lam

en door het woord van mijn getuigenis.

Ik kies ervoor mijzelf niet te wreken,

want U komt de wraak toe

en U zult het vergelden.

In de Naam van Jezus laat ik los

en zal losgelaten worden.

Ik laat mij niet overwinnen

door deze kwade machten,

maar overwin het kwade door het goede.

Daarom vergeef en zegen ik degene

die mij vervloeken.

U ziet dat mijn kracht vergaan is

en daarom zult U zich over mij ontfermen

en mij recht doen.

Heer, laten de woorden van mijn mond

en de gedachten van mijn hart

aangenaam zijn voor U.

U bent een God van vergeving,

genadig en groot van goedertierenheid.

Daarom leer ik van U,

en zal rust vinden voor mijn ziel.

Amen!

Mijn lieve broeders en zusters. Een proclamatie als deze bevat ongekende kracht! De kracht om de macht van satan te overwinnen. De macht om te vergeven. De macht om lief te hebben. Gods kracht zien wij terug in Zijn Woord. Door Gods Woord tegen de machten van satan te gebruiken kunnen wij strijden tegen de satan. Gods woord is krachtig en houdt stand voor altijd! Ik bid u Gods rijke zegen toe! Gelukkig Nieuwjaar!

Met broederlijke groet,

Johan Otten

Laat een reactie achter

Spam protection by WP Captcha-Free